Archeosite

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze activiteiten en evenementen. Schrijf in op onze nieuwsbrief en vervoeg de 3728 bezoekers die dit reeds deden.

Volg ons

Home > Archeosite > Opnieuw samenstellen

Opnieuw samenstellen

De Archéosite stelt u een reis voor van 5000 jaar in ons verleden. Door een wandeling van twee uur in ons openluchtmuseum krijgt u een blik op het leven van de achtereenvolgende bevolkingen van onze streken. De verschillende reconstructies die volledig gemeubileerd zijn, werden opgetrokken op basis van de uitslagen van talrijke archeologische opgravingen.

De Prehistorie wordt geïllustreerd door woningen die u van het Neolithicum tot de tweede IJzertijd brengen.
In de omgeving van een Gallisch huis kunt u ook de Gallo-Romeinse periode ontdekken. Deze wordt uitgebeeld door een tempel, een necropool, een villa en een schuit (boot met vlakke bodem).

Fanum (Gallo-Romeinse tempel)

De Gallo-Romeinse tempel (fanum)werd gereconstrueerd aan de hand van informatie uit de opgravingen van het Gallo-Romeinse heiligdom te Blicquy (Leuze).
Afmetingen : 20 x 20 m

Hoewel het onderzoek van het heiligdom nog aan de gang is, is het toch mogelijk een reconstructie van deze uitzonderlijke cultusplaats te schetsen. Het heiligdom bestrijkt een oppervlakte van ongeveer 120 x 100 meter, dit alles omringd door een muurtje. Een ingangsgebouwtje liet de pelgrims toegang tot het heiligdom. Een geplaveide weg leidt recht naar de tempel (fanum) toe, hoofdgebouw van het heiligdom. Na een offer of ex-voto gebracht te hebben tot de god(en), kon de pelgrim vervolgens zich naar de andere delen van het heiligdom begeven via andere geplaveide wegen. Langs beide kanten van het heiligdom waren er zuilengaanderijen gebouwd als beschutting tegen weer en wind of om uit te rusten of voor banketten. Op 70 m van de ingang van het heiligdom, werd een theater teruggevonden. Deze kon bijna 6000 toeschouwers ontvangen. Dit theater diende voor religieuze manifestaties, maar misschien ook voor tijdverdrijvende voorstellingen.


Volgens antieke bronnen, staat de term fanum (meerv. fana) oorspronkelijk voor een heilige plaats; later staat het voor elk gebouw dat tot de goden en diens cultus gewijd is. Tegenwoordig wordt die term door de archeologen gebruikt om Gallo-Romeinse tempels, die van klassieke tempels verschillen door hun centrale grondplan, aan te duiden. Het centrale deel, de cella, komt overeen met de woning van de godheid en heeft als hoofdfunctie het beeld van de god te beschutten. Rondom de cella is een open zuilengang gebouwd, die toelaat andere godheden te ontvangen en de pelgrims te beschutten.


De reconstructie van de tempel op de Archéosite heeft dezelfde afmetingen en grondplan als de fanum ontdekt te Blicquy. De reconstructie werd gerealiseerd op basis van bewaarde monumenten, zoals de Janus-tempel te Autun (Frankrijk), en dankzij de archeologische vondsten. De bouwtechnieken van deze reconstructie zijn identiek met degene die voor de villa gebruikt werden.


Op dit stadium van de studie, weten we nog niet tot welke godheid de fanum van Blicquy gewijd was. Binnen in de cella worden er vier standbeelden van goden tentoongesteld. Centraal zien we Mars, de god van de oorlog en beschermer van het gezin. Rechts zien we Mercurius, de god van de handelaars en de reizigers. Links is er een venus met druiven te zien en uiterst links vinden we Minerva. Op het heiligdom van Blicquy werden er verscheidene archeologische elementen teruggevonden die de aanwezigheid van die goden aantoont (beeldjes, attributen, enz.), maar geen enkel van die elementen verwijst met zekerheid naar de god die binnen in de fanum vereerd werd. Op de grond zijn er verschillende soorten offers te zien, zoals vaatwerk (voor voedseloffers), kruiken (voor wijn en andere vloeistoffen), geldstukken, beeldjes, opschriften, enz.


De muren zijn van Romeinse muurschilderingen voorzien. De iconografie is door verschillende fresco-fragmenten geïnspireerd die tijdens archeologische opgravingen onder en naast de Romaanse kerk van Aubechies ontdekt werden.
Het vervolg lezen

Gallo-Romeinse necropool

Tijdens het Romeinse Rijk is het platteland bezaaid met necropolen. Het kerkhof bij het zogenaamde « Romeins kamp » te Blicquy bracht meer dan vijfhonderd graven aan het licht. De monumenten waren meestal uitgerust met een gegraveerd grafschrift. Soms was er ook een paragraaf gericht tot de voorbijgangers. De rijkste monumenten bevatten gebeeldhouwde taferelen die de overledene plus eventueel zijn familie voorstelden, waaraan soms representatieve taferelen toegevoegd waren van het beroep dat de overledene uitoefende. Om al deze redenen worden de grafmonumenten als zeer belangrijke historische documenten beschouwd die ons in staat stellen deze beschaving te begrijpen. Dankzij de kwaliteit en de rijkdom van de beelden en de bas-reliëfs zijn zij onschatbaar waardevolle getuigenissen. Zij zullen ons toestaan om diverse thema’s aan te snijden : de begrafenisgewoonten, het geloof en de mythologie, de kleding en het kapsel, de Romeinse families en de gerechtelijke statuten,de meubels, de architectuur, de ambachten, de landbouw enz…
Er bestaan slechts weinig gallo-romeinse necropolen die intact gebleven zijn. In de meeste gevallen is het beschrijvende element volledig verdwenen (plunderingen of vernietiging) Het is om deze redenen dat de necropolis, die gerealiseerd werd in 2002 te Aubechies, samengesteld is door 16 grafmonumenten wederopgebouwd naar het voorbeeld van verschillende originele die bewaard zijn in de archeologische musea van Aarlen, Trèves, Mayen en Strassbourg. Deze reconstructie maakt deel uit van een nieuwe rondleiding die ook de nieuwe villa en de tempel (fanum) bevat
Het vervolg lezen

Het nederzetting uit de eerste Ijzertijd

In de IJzertijd, de laatste stap van de prehistorie voor de Romeinse verovering, hebben we twee opeenvolgende perioden : de Hallstatt (700 tot 450 v. C.) en de La Tène (450 v. C. tot de Romeinse verovering).

De eerste periode wordt gekenmerkt door de komst van kleine groepen veroveraars uit het Oosten en misschien Centraal-Europa, het ontstaan van een krijgers- en handelsaristocratie en de toenemende uitwisselingen onder andere met het noorden van Italië en Griekenland. Een hiërarchische samenleving wordt waargenomen door de rijke offertes bij de as van de overledenen. Rond 450 voor Christus duiken andere groepen van Keltische oorsprong op. Er zijn sporen van woningen onder andere in Blicquy en in ELLIGNIES-Sainte-Anne gevonden even als platte graven en rijke wagengraven .

Tijdens de La Tène verschijnen ook gouden , elektrum (natuurlijke legering van goud en zilver) of tinnen (een legering van koper en lood) muntstukken.
Kopie van een leefgebied opgegraven op een plaats genaamd "Font Pernant" in Compiègne (Frankrijk), de huisbasis van de ijzertijd (450 v. Chr.) heeft lemen muren en een rieten dak en een rechthoekig plan. Een zeker aantal verbeteringen zijn het gevolg van de verschijning van ijzeren werktuigen: de deur is nu uitgerust met een slot en een ploeg met een ijzeren ploegschaar is zichtbaar in de buurt van dat huis. Houtbewerking is ook verfijnd. Deze bijzonderheid is duidelijk in het interieur, en bij de vervaardiging van meubelen (tafel, banken, trap, enz... Een verticaal weefgetouw laat toe weefselgoederen in verschillende patronen te produceren. Het gerolde aardewerk varieërt zowel in zijn vorm als in zijn versieringen. Zo verschijnt een fijnere keramiek : de “Terra Negra “ even als aardewerk met witte en rode versieringen.

Op het einde van de tweede eeuw voor Christus komen Keltische groepen van Germaanse oorsprong zich in het noorden van Gallië vestigen en een gecentraliseerde en hiërarchische staat vormen.
Onze regio's maken van toen af deel uit van de “Civitas Nerviorum”. Ambachten en metallurgie ontwikkelen zich en worden vergezeld door een toeneming van de uitwisselingen en de handel en vergemakkelijkt door het aanleggen van de verkeerswegen en de veralgemening van het gebruik van munten.
Het vervolg lezen

Gallo-Romeinse villa

De gallo-romeinse villa dook op in Noord-Gallië rond de tweede helft van de eerste eeuw na Christus. De villa is in de eerste plaats een agrarisch domein aangepast aan een plaatselijke economische levenswijze die voornamelijk gericht is op het landbouwersleven. Het is een bevoorrecht instrument van de ontwikkeling van de landbouwproductie en commerciële uitwisselingen. Het staat ook voor een vorm van elitarisme dat zich uit door een mediterraan beïnvloedde stijl fel contrasterend met de protohistoriche woningen.
De oorspronkelijke villa werd ontdekt te Mayen (Duitsland, Reinland-Pfalz. Deze goed gedocumenteerde constructie beschikt over een typisch bouwplan voorzien van een gallerij aan de voorkant. Dit model duikt steeds weer op in het noorden van Gallië, in Bretagne en in Duitsland. De villa, die hier in Aubechies wederopgebouwd werd bevat de oecus (de ontvangstkamer) en verschillende bijgebouwen. De kamers zijn versierd met fresco’s en meerdere mozaïeken en zijn bemeubeld met 15 copiën van meubels uit dezelfde tijd.Het is mogelijk,om tijdens het bezoek thema’s aan te snijden zoals architectuur, het dagelijkse leven in landelijke omgeving, de organisatie van de maatschappij, de landbouw, de ambachten, de handel enz…
Deze reconstructie maakt deel uit van een nieuwe rondleiding , met name module 2, die ook de nieuwe necropolis en de tempel (fanum) bevat
Het vervolg lezen

De boerderij van de Groep van Blicquy

Het huis van Blicquy wordt gedateerd uit het vijfde millennium voor Christus. Het is een van de eerste reconstructies van de Archeosite op basis van een ontdekking bij de opgravingen in Irchonwelz, op een plaats genaamd "bonne fortune" (opgravingen 1978-1980).

Dit trapeziumvormige (32x6x3m)gemeenschappelijke woning bestaat uit een centrale ruimte, opslagruimtes, een stal en een ruimte voor de vuursteenhouw onder het afdak. U kunt er potten zien hangen met voedselreserves. De potten zijn versierd met chevrons, wat toelaat ze te onderscheiden van het gestreepte aardewerk.

Vanuit bouwkunstig oogpunt bezit de boerderij van de Blicquy Groep bijzondere kenmerken van de cultuur van dezelfde naam die verschilt van de lintcultuur . Zo zal de vernauwing van de westelijke muur en de toevoeging van een centrale pijler voor de ondersteuning het huis een trapeziumvorm en een meer aërodynamische vorm geven.
Het vervolg lezen

De Danubische boerderij

Replica van een huis dat ontdekt werd in Blicquy op een plaats genaamd Petite Rosière (Opgravingen 1972-1981), de Donau boerderij is een gemeenschappelijke woning uit de vroege neolithische periode .

Het is een rechthoek (19x6m) die op bouwkunstig niveau uit reeksen van drie palen of derden bestaat die dienen om het dak te ondersteunen en de opeenvolgende kamers te begrenzen.

De centrale kamer waar de mensen in een clan en niet in familie leefden, bezit een licht begraven aard, een molensteen, een lemen broodoven en een slaapruimte die bestond uit lemen banken bedekt met schapen- of geitenvellen...

Twee openingen onder het dak of ventilatieopeningen zorgen voor de afvoer van de rook en de trek van het vuur. Een omheining houdt de dieren in de winter binnen. Een vuursteen atelier, buiten gehuisvest onder het afdak, laat toe voor een aantal gevarieerde stenen werktuigen te zorgen: priemen, pijlpunten, schrapers, schraapijzers, beitels, sikkelmessen, enz...

Het dak is gemaakt van riet op timmerwerk en de muren van een vlechtwerk van fijne hazelnoottakken, bedekt met leem (een mengsel van klei en stro).

Tot slotte kan men er ook aardewerk bewonderen met gewelfde bodem , gemaakt volgens de techniek van het wikkelen, met motieven in ingesneden linten, decoratieve techniek die specifiek is voor de Danubiërs.
Het vervolg lezen

Woning van de de Bronstijd

Tijdens de bronstijdperk betreden we een nieuw tijdperk met de ontwikkeling van de handelsroutes, toename van de handel, de specialisatie van de ambachten en dus het verschijnen van een duidelijke sociale hiërarchie. Het gebruik van natuursteen blijft overheersend als gevolg van de afwezigheid in onze regio's van de grondstoffen die noodzakelijk zijn om brons, een legéring van 90% koper en 10% tin.

Het huis van de bronstijd (± 1800 v. C. werd gereconstrueerd op basis van het plan van een huis ontdekt te Dampierre-sur-le-Doubs, Frankrijk (opgravingen van het huis van de bronstijd (± 1800 v. Chr1967) heeft dezelfde kenmerken als de Neolithische woningen: leemmuren, rieten dak en luchtgaten.

Er verschijnen echter innovaties. De structuur heeft bijvoorbeeld een apsisvorm (6 m lang en 4 m breed). De Noordoost -zuidwest oriëntatie hangt af van de ligging in het dorp en de sociale status van de bewoners. De levensruimte bestaat nu uit een eengezinswoning voorzien van een kleien vloer voor de  dieren en een houten vloer voor het bewoonde gedeelte, terwijl de aard beperkt is tot een gat in de grond. Pen- en tapgatverbindingen vergemakkelijken de montage van de houten delen. Deze prestatie is mogelijk gemaakt door de verschijning van bronzen gereedschappen (werktuigen en wapens).

De broodoven en de aardewerkoven staan buiten onder de luifel. Keramische vaten zijn soms versierd met een rood of beige geschilderde decoratie en vervaardigd volgens de rolletjestechniek met een platte bodem.

Het vervolg lezen

Zuilengalerij

Deze constructie, gelegen in het heiligdom, was bestemd voor de organisatie van de rituele banketten van de bedevaarders.
Gezien de beperkte beschikbare ruimte van de archeosite werd dit architecturale element slechts gedeeltelijk nagebouwd. (48,50 meter)
De bouwtechnieken zijn identiek met diegene die gebruikt werden voor de fanum en de villa. Het basisplan, dat ontworpen werd naar het voorbeeld van de grondvesten van het kerkhof van Bliquy, geeft een idee van de monumentaliteit van het religieuze complex van het heiligdom van Blicquy.
Vanwege een gebrek aan voldoende stukjes deklaag om een geschilderde decoratie van de voorgevel weder samen te stellen, nam men een overdekt model uit het heiligdom van Ribemont-sur-Ancre in Picardië (Frankrijk) als voorbeeld. De voornaamste compositie die hier afgebeeld werd is een provinciaal geheel afgeleid van de IIe stijl van Pompei. De kandelaars van de tussenpanelen, de hoofdelementen van de compositie, vervangen de pilaren en zuilen en vormen zodoende de verbinding tussen de rechthoekige panelen. De gehele compositie is gebaseerd op een afwisseling van rode panelen en kandelaars op blauwe achtergrond. De steel van de kandelaar is versierd met schermbloemen die voorzien zijn van slingers met gestyleerde bladeren. De basis van de kandelaar bestaat uit geschilderde of gebeeldhouwde versieringen.
Het vervolg lezen

Platbodemschuit

In 2000, heeft de de vzw Archéosite d’Aubechies Europese financiële steun gekregen voor de ontwikkeling van de toeristische infrastructuren op de site, in het kader van het programma “Phasing Out” van de “doelstelling 1” (Commisariat Général au Tourisme en FEDER). Een deel van deze fondsen heeft de realisatie van de kopie van een platbodemschuit met een lengte van 16 m en een breedte van 2.90 m mogelijk gemaakt.

De elementen van deze kopie, gebaseerd op de originele platbodemschuit bewaard te Aat, zijn zo nauwkeurig mogelijk nagemaakt. De ontbrekende delen zijn het voorwerp geweest van hypotheses gebaseerd op andere originele schuiten ontdekt in Europa (Zwammerdam, Bevaix, Lyon,…) en op antieke iconografieën ontdekt.
Het vervolg lezen

Gallische huizen (tweede IJzertijd)

De ijzertijd is de laatste fase van de prehistorie voor de Romeinse verovering. Die wordt in het algemeen verdeeld in twee perioden. Degene die ons interesseert heet La Tène.
Die begint rond 450 voor Christus met de komst van Keltische bevolkingen, waarschijnlijk uit het Zuid-Oosten.

De eerste Gallische woning (1e eeuw voor Christus) is een vierhoekig gebouw waarvan de belangrijkste originaliteit is dat het een driezijdig dak heeft. Het bestaat uit één grote kamer en een stal voor dieren. Dit leefgebied wordt gebruikt als gezinswoning in de enge zin van het woord.

In het centrum van de enige kamer bevindt zich de open haard. Deze is lichtjes verhoogd en is met haardijzers voorzien die de blokken hout in de open haard opheffen.
Degene die hier voorgesteld worden zijn van terracotta en stellen hoofden van een ram voor. Deze krachtige dieren zorgden voor de bescherming van de woning. Let ook op de koperen ketel die aan een lange staafketting hangt (metalen staaf waarmee men een vaat boven het vuur hangt).

Tegenover de open haard staat de broodoven. Deze is vergelijkbaar met die van voorgaande perioden. Hij bevindt zich naast een draaimolen die uit twee draaiende granieten maalstenen bestaat.

In de achterkant van de kamer staat er een verticaal weefgetouw. Het is een houten frame waaraan de wollen draden hangen die de inslag van het weefsel vormen. Ze worden gespannen gehouden door kleien gewichten. Een horizontale en beweegbare balk laat toe de inslagdraden (horizontale) tussen de twee rijen draden van de keten (verticale) te schakelen.

Tenslotte is het van belang op de aanwezigheid van een vat te wijzen, Gallische uitvinding om gerstbier te bevatten (Cervesia), beschouwd als de voorvader van onze huidige bieren door de Kelten uitgewerkt. Wat de gebruikte ingrediënten betreft, de oude teksten vermelden het gebruik van tarwe. De drank werd ook gearomatiseerd met meerdere ingrediënten zoals komijn, gember of laurierbladeren.
Het vervolg lezen

Romeinse tuin

We beschikken over weinig informatie over de lay-out van de tuinen in het noorden van Gallië. Dank zij een paar bekende voorbeelden uit Frankrijk, Duitsland en Engeland stelt men nochtans vast dat de tuin en moestuin naast de woning liggen, meestal van voren of achteren.

In de tuin groeien er drie soorten planten: groenten, kruiden en geneeskrachtige planten. Tijdens de Romeinse periode worden er ook fruitbomen geplant langs wegen of in ruimtes die ervoor worden voorbehouden (velden, weiden, enz.). Sommige soorten fruit worden steeds meer geïmporteerd.

Tegenover het hoofdgebouw (pars urbana) laat het latwerk boven de centrale doorgang toe te schuilen in de schaduw van de zon. Dit leidt tot een rechthoekige siervijver in het midden van de tuin.

Sinds 2013 beschikt de siertuin van de villa over een getrouwe reconstructie van het zomer-triclinium (eetruimte in de tuin) die in Saint-Romain-en-Gal (Frankrijk) ontdekt werd.
Het vervolg lezen

Het tweede Gallische nederzetting

Het tweede Gallische huis (Ie eeuw voor Christus is een rechthoekig gebouw. Net als tijdens het Neolithicum en de Bronstijd worden de muren met leem, een mengsel van klei, water en gehakt stro, opgericht.
Dat leem wordt op een houten vlechtwerk gepleisterd. Het gaat over een structuur van verticale palen waartussen soepele takken ineengevlochten worden. Het dak, met twee hellingen, wordt met stro en riet bedekt.

De zoldering bestaat uit takken, waarop men droge bladeren heeft neergelegd. Deze methode bewaart de warmte binnenin en bezorgt de kamer een gezellige atmosfeer.
De verhoogde bedden kunnen met behulp van dierenvellen of weefsels helemaal afgesloten worden. Op die wijze kan men de bedden tegen de kou beschermen.

In de buurt bevinden zich een korenzolder, een kelder en een rokerij.
De zolder wordt op palen gebouwd om het doorstromen van de lucht te bevorderen en de voorraden tegen de vochtigheid te beschermen. Zijn dak wordt met houten dakspanen bedekt.

De rechthoekige kelder wordt tot op een diepte van één meter uitgegraven. Zijn wanden worden door rijswerk verstevigd. Het dak, met twee hellingen en met dekstro bedekt, wordt op de grond neergelegd.
Wat de rokerij betreft, ze maakt het mogelijk het voedsel een zekere tijd te bewaren en het te aromatiseren door het aan de rook bloot te hangen.
Het vervolg lezen

Romeinse bakkerij

De bakkerij die dichtbij de haard van de hypocaustum (praefurnium) van de villa heropgebouwd werd, heeft één oven (Furnus) die rechtstreeks geïnspireerd is door degene die in Pompeï gevonden werd. Hij bestaat uit een gewelf dat de vloer beschermt, dat wil zeggen het oppervlak waarop het hout wordt geplaatst en vervolgens de toekomstige broodjes.

Tegen het einde van de vijfde eeuw voor Christus verschijnen zachte en harde tarwe in Italië. Deze nieuwe korrels worden geïmporteerd uit Noord-Afrika en uit Sicilië. Tarwe geeft kwaliteit en een maximale groeizaamheid. Ze legt zich geleidelijk op het schiereiland op. In Belgisch Gallië en Duitsland wordt spelt ook gebruikt om brood te maken.

Volgens Plinius de Oudere, Romeinse schrijver, zouden de bakkerijen zich vanaf de tweede eeuw voor Christus ontwikkeld hebben.
In Rome vinden we verschillende kwaliteiten van brood. Ook zijn er volkorenbroden of speciale broden. Zuurdesem (fermentum) werd bereid met druivenmost, dat wil zeggen, het mengsel verkregen na het koken of de druk van de vruchten. In onze streken werd brood met biergist gemaakt.
Het vervolg lezen

Gallo-Romeinse Maalderij

De oogst wordt meestal verricht met een sikkel en soms een “vallus”, voorganger van de mechanische oogstmachine. Hij wordt vervolgens naar de boerderij gevoerd. Het dorsen wordt dan uitgevoerd met dieren die de haren betrappelen om het graan eruit te halen.

Het tarwemeel was een basisvoedsel voor de vervaardiging van diverse producten zoals brood, pap en koeken.

Vanaf de tweede ijzertijd verschijnt de draaiende molen die uit twee ronde molestenen bestaat die in het midden doorboord zijn en op elkaar draaien dank zij een centrale as. De roterende molenstenen zijn meestal gehouwd uit een lokale harde rots. In onze streek vond men vooral molenstenen voor huiselijk gebruik.

Tijdens de oudheid verschenen de eerste molenaarsbedrijven die zeer grote molenstenen gebruikten. Verschillende systemen bestonden. De molen in de buurt van de bakkerij bestaat uit een horizontaal schoepenrad, dat wil zeggen een wiel voorzien van schoepen, oplegvlakten die rond een as draaien.
Het vervolg lezen

Peilingen



Zie alle peilingen